Een magisch jeneverbessenbos, vergezichten over het Oud-Reemsterzand en goudhaantjes die als herfstblaadjes dwarrelen tussen de struiken. Maar ook: vele kilometers met autogeruis. De contrasten zijn groot op deze etappe over de Hoge Veluwe. Aan het eind wacht een verrassend steil zwerfpaadje.
Nog geen honderd meter van de bushalte en het herfstbos van landgoed Warnsborn slokt me al op. Over de stille beukenlanen klinkt alleen het ritmisch geklepper van paardenhoeven: een koppel ruiters chaperonneert me naar de weidsheid van de heide. Paddenstoelen gluren in de berm van het pad, in de verte blozen de bosranden.
Je wandelt het bos in, waar een bordje maant om je hond ‘fysiek aan de lijn’ te houden. Dus niet psychisch, zoals je hond waarschijnlijk had gehoopt. Via een tunneltje ga je de A12 en de provinciale weg onderdoor. Opgelucht denk je: die obstakels zijn achter de rug. Een denkfout, zo blijkt later. Vrolijk nog stap je Nationaal Park De Hoge Veluwe binnen. Tot je de schade hoort: 13,40 euro.
Voor natuur betalen voelt altijd een tikje vreemd. Alsof je entree betaalt bij een vriend die je in zijn tuin uitnodigt. En ik, braaf met pinpas in de hand, verwacht er dan ook wat voor terug – minstens een zwijn of een edelhert. De omgeving is in ieder geval fraai, het pad kronkelt als een slang door een afwisseling van verkleurend bos en heidevelden. Helaas zijn snelweg en provinciale weg binnen hoorbereik.
Opdringerig snelweggeluid begeleid je. Niet een klein stukje, maar ruim drie kilometer lang. Waarom de routemakers een route zo dicht bij wegen kiezen? Een raadsel. In het hart van de Hoge Veluwe lonken stillere wandelpaden. Als de bossen zich openen op het Aalderinksveld, keert het Zwerfpad de snelweg gelukkig de rug toe. Tussen de bomen vergaap ik me aan de vergezichten. Het chagrijn smelt als sneeuw door de zon.
Een breed zandpad doorkruist het heideveld tot z’n grote broer: het Oud-Reemsterveld. Helaas klinkt ook hier vele kilometers autogeruis. Dit keer van een provinciale weg waar je ruim vier kilometer langsloopt. Hebben de routemakers moeite met stiltes?
Dan ineens: muziek. Niet van stampende gettoblasters, maar van een raaf die zijn krakrakra door het bos slingert, een buizerd die miauwt uit de hoogte. Puttertjes cirkelen zingend rond struiken. In een rij beuken klaagt een zwarte specht: “Kli-èèèhh! Kli-èèèhh!” En de uitzichten over velden met struikheide en schrale graslanden zijn onovertroffen. Alleen een solitaire vliegden, berk of eik breekt hier en daar de horizon.
Stil is het wel op een andere manier: urenlang kom ik geen mens tegen. En al is het slingerende zandpad breed, een zwerfgevoel overvalt me diverse keren. Met wat verbeelding zie je hoe hier na de schemering een andere wereld ontwaakt. Groepjes edelherten schieten over het pad, op hun hoede voor de wolf. Wilde zwijnen wroeten met hun snoet in de aarde, speurend naar eikels. Overdag resteren alleen hun vele sporen in het zand. En een ander wild dier: een stinkende kortschild.
Langs een rustgebied voor grof wild kruipt het Zwerfpad eerst dichter naar de provinciale weg. Dan keert het geel-rood op z’n schreden terug, en neemt je mee naar de wonderlijke wereld van een jeneverbesbos. De grillig gevormde bomen hebben bij het heldere weer van vandaag al iets mysterieus, maar als mistflarden tussen de knokige stammen sluipen, stap je een sprookje binnen. ‘Witte wieven’ werden ze vroeger wel genoemd, mythische verschijningen uit oude Veluwse verhalen.
Zoveel jeneverbessen bij elkaar zag ik nooit eerder. Elke boom lijkt een karakter. Zie ik daar niet een echtpaar met een kindje tussen zich in? Twee zwaar gebogen vormen: een hoogbejaard stel dat achter de rollator boodschappen doet. Een kluwen buigt als rugby-spelers neus aan neus over een denkbeeldige bal. Line-dancers stappen elkaar spiegelend tussen paarse heidestruiken.
Bij een ander groepje vliegen piepkleine vogeltjes in en uit. Ze hangen wiebelend aan de takken en smikkelen van rijpe bessen. Ik richt m’n telelens – net te ver voor scherpe foto’s. Dan maar vage, want het zijn mijn lievelingsvogeltjes: goudhaantjes. Even verder snapt een oranje luzernevlinder, rustend op een herfstblad, heus ook wel dat z’n dagen geteld zijn.
Kilometers gaan nu in opvallende stilte − het kan wél − door een afwisseling van bos en heide. Dan dirigeert een vaag geel-rood teken me over een smal paadje een onverwacht steile helling op. Een klim die zich beter thuis zou voelen in de Ardennen dan op de Veluwe − alsof de heuvel verdwaald is.
Vanaf de top naderen wandelaars. Hoewel? Een vrouw met een baby tegen zich aangedrukt, een man geeft moeizaam tegenwicht aan een kinderwagen die niets liever wil dan de helling af roetsjen. Benauwde gezichten. Verdwaald? vraag ik. “Nee, we wandelen het Mierenpad, maar met een kinderwagen is het echt niet te doen.” Hij schudt z’n hoofd. “We dachten nog: hoe steil kan het zijn?”
Heel steil. Zelfs zonder kinderwagen moet je uitkijken waar je stapt. Het zanderige paadje trekt over de kam van de steile ‘berg’, waarschijnlijk opgestuwd in een verre ijstijd. Het kronkelt tussen omgevallen bomen door, daalt naar een bosvallei waar de stilte bijna tastbaar is en stijgt opnieuw steil. Elk moment verwacht ik een ontmoeting met hert of ree.
De afdaling gaat geleidelijker en komt uit bij het toegangshek van de Hoge Veluwe. Het Zwerfpad gaat langs de kassa − gratis dit keer − het park weer uit. Kapitale villa’s flankeren de weg naar Otterlo. Canadezen hebben het dorp bevrijd in de Tweede Wereldoorlog. De dorpelingen zijn er nog steeds dankbaar voor, gezien de vele monumenten. Ik sta er even bij stil.
Deze wandeling heb ik gedaan op donderdag 30 oktober 2025. In het kadertje hieronder zie je meer informatie over de gids waaruit de wandeling afkomstig is. De meest recente versie van routebeschrijving, kaartje en gps-track kun je gratis downloaden op Wandelnet.nl.
Op Natuurhuisje.nl vind je unieke vakantiehuisjes midden in de natuur. In een natuurhuisje kun je je heerlijk terugtrekken van het drukke, dagelijkse bestaan. Je komt helemaal tot rust.