Op de Loenermark en Zilvense Heide wandel je door bossen waar herten ronddwalen, over glooiende heidevelden en langs een sprankelende beek. Een etappe vol stilte én spanning: reeën en edelherten kruisen mijn pad. En de wolf? Die mis ik op een haar na. “Ik sta nóg te trillen.”
Na twee etappes vol mitrailleurgeratel en snelweggezoem voelt de diepe stilte vandaag als balsem voor de ziel. Vanaf de bushalte in Loenen neem ik het slingerweggetje Droefakkers. Het uitzicht is vrolijk stemmend: akkers in de nazomerzon, weides met geitjes en bosranden die langzaam verkleuren.
In het Loenense Bos volg ik kleine paadjes en een statige bomenallee met monumentale sparren. De route stijgt langs de schaapskooi, vredig en stil. Begin jaren 90 leek het gedaan met de schaapskudde: Schotse Hooglanders namen het graaswerk over. Maar de dorpelingen redden haar van de ondergang. In 2014 verrees de schaapskooi opnieuw, gebouwd met hout uit de omliggende bossen.
Over een grasveld en de Trapjesberg wandel ik richting de Zilvense Heide. Het bos opent zich en kilometers glooiende heidevelden liggen te lonken. Een pad slingert hoog langs de rand, ideaal voor een pauze met boterham en uitzicht.
Half september bloeit de heide nog net. Vlinders fladderen onrustig voorbij, bijen en hommels zoemen loom. Toch merk je: de zomer loopt op z’n eind. In de verte tonen de bossen al hun eerste herfstkleuren, berken ritselen met zilveren blaadjes in de wind.
In de diepte glijden wat fietsers voorbij, maar op het paadje over de heide kom ik niemand tegen. Het Zwerfpad steekt die heide dwars over naar de Valenberg, langs sfeervolle jeneverbessen. Aan de andere kant volg je een lommerrijke beukenlaan door een heidedal ingeklemd tussen beboste heuvels. Hoog in de lucht cirkelen twee buizerds, klaaglijk miauwend.
De Loenermark is een van de juweeltjes van de Veluwe. Hier leven edelherten, damherten, reeën en wilde zwijnen. In de bossen broeden roodborsttapuit en nachtzwaluw. En alle zes spechtensoorten van Nederland, inclusief de zeldzame draaihals. De bossen en heidevelden zijn heuvelachtig, het hoogste punt reikt tot 85 meter boven NAP.
Het dal mondt uit in een breed uitwaaierend heideveld. Hier spreekt het Zwerfpad zichzelf tegen: de wandelgids stijgt langs de bosrand, terwijl de markeringen een grindpad over de heide kiezen. Stelregel bij langeafstandspaden: volg de markeringen in het veld. Die leiden langs IJkbasis Loenermark, betonnen constructies over een lengte van − om precies te zijn − 576,09226 meter. Ooit gebruikt om meetkundige instrumenten te ijken.
Maar het brede pad is niet spannend en je loopt iets mis: ‘een van de mooiste bankjes van de Veluwe’, volgens de wandelgids. Met de gids in de hand volg ik daarom ook de oorspronkelijke route. Een klim langs de bosrand mondt uit in een spoortje over de kam van de heideheuvel. En tadaaa: op de top prijkt een bankje waar de hele Zilvense Heide aan m’n voeten ligt. Een koningsplek. Een raadsel waarom de routemakers dit traject hebben geschrapt.
Even later duik ik de dichte bossen van landgoed Grootmoeshul in. Smalle paadjes kronkelen door heuvelend woud. Naast het pad glinstert de Coldenhovense Beek, onderdeel van een sprengenstelsel dat vanaf de 17e eeuw talloze papiermolens aandreef. Bij het Hans Wensinkbruggetje bewonder ik het glasheldere water.
Even verder staart een wandelaarster met het hoofd in de nek naar de boomtoppen. “Een specht”, fluistert ze als ik langsloop. Maar dan schuift de vrouw me iets veel spannenders onder de neus: filmpjes van een wolf, hier vlakbij opgenomen. Het roofdier sluipt tussen de beuken, kijkt recht in de lens en zet een paar trage stappen dichterbij voordat het verdwijnt in de struiken. Ze lacht nerveus. “Ik sta nóg te trillen.”
En ik tril mee, want precies door dat wolvenbos kronkelt mijn pad: na een kwartiertje herken ik het beukenbos van de filmpjes. M’n ogen flitsen langs de stammen, maar een wolf is niet te bekennen. Avontuurlijke paadjes vervolgen door donker bos waar een boom niet langer een boom is, maar een mogelijke schuilplek voor een wolf. Ik wandel met al mijn zintuigen op scherp – helemaal in het hier en nu.
Geritsel in de struiken. Ik schrik op. Van achter een omgevallen boom piepen twee glanzende bruine ogen op. Nee, geen wolf, maar een ree, op zo’n tien meter afstand. Gefascineerd hef ik m’n camera. We kijken elkaar een halve minuut roerloos aan, alsof de tijd even stilvalt. Dan schiet hij schichtig weg.
Nog geen kwartier later volgt de overtreffende trap: tussen de stammen verrijst een edelhert met een imposant gewei. Als een standbeeld staat hij daar, dichtbij en toch ongenaakbaar. Hij kijkt me lang aan – niet angstig, wel waakzaam.
Onder de indruk loop ik verder. Zonnestralen breken door het bladerdak en werpen lange schaduwen over het zanderige pad. Via een brede beukenlaan daal ik af naar Hof te Dieren, waar de stilte tussen de stammen hangt. Een klim leidt naar de Carolinaberg, genoemd naar de dochter van prins Willem IV. Liefst veertien lanen komen hier samen als stralen van een kroon. Koninklijk slot van een topetappe.
Deze wandeling heb ik gedaan op vrijdag 19 september 2025. In het kadertje hieronder zie je meer informatie over de gids waaruit de wandeling afkomstig is. De meest recente versie van routebeschrijving, kaartje en gps-track kun je gratis downloaden op Wandelnet.nl.
Op Natuurhuisje.nl vind je unieke vakantiehuisjes midden in de natuur. In een natuurhuisje kun je je heerlijk terugtrekken van het drukke, dagelijkse bestaan. Je komt helemaal tot rust.