Dwalen door een zandzee die ooit een dorp opslokte, over paarse heidevelden en langs een radiostation zo imposant als een kathedraal. Deze etappe voert je dwars door zandverstuivingen, langs schaapskuddes en door bossen met zwarte spechten en raven. Alleen het mitrailleurgeratel van Defensie doorbreekt de stilte.
Kootwijk, het startpunt, is niet bereikbaar met de bus, maar daar heeft busbedrijf RRReis iets op gevonden: de Haltetaxi. Een uur van tevoren bel je, en hup: een taxi staat klaar. Twee keer geprobeerd, werkt perfect. De aardige chauffeur − een pensionado die “no way achter de geraniums gaat zitten” − zet me af op de brink, waar ik een kijkje neem bij de bronzen schaapjes en het schattige kerkje.
Het dorpje kent een bijzondere geschiedenis: in de tiende eeuw moesten bewoners hun huizen en akkers ontvluchten door oprukkend stuifzand. Waar ooit waterputten klaterden en kinderen speelden, strekt zich nu de grootste zandwoestijn van Noordwest-Europa uit: het Kootwijkerzand, ook wel bekend als de Sahara van de Lage Landen.
Voorbode is het bospaadje waar het witte zand onder m’n schoenen knerpt. Even later opent het landschap zich: een eindeloze zee van zand. Het mulle pad kronkelt naar de horizon, de zon brandt, de ademhaling versnelt. Spaarzame vliegdennen en eiken werpen schaarse schaduw.
Bij een zandheuvel met grove dennen zie ik een jongen scharrelen, jaar of achttien, verrekijker om de nek. “Komt u ook voor de kleine heidevlinder?” vraagt hij. Hij is speciaal uit Zeewolde komen fietsen, 35 kilometer. Een queeste naar dit zeldzame diertje, waarvan er volgens hem nog maar één exemplaar in Nederland te vinden is. “Hij vliegt hier, precies rond deze heuvel.” Zijn blik flitst nerveus zoekend over het zand.
Het vlindertje zelf − een grijzig familielid van het heideblauwtje − laat zich niet zien. Een gewone heidevlinder strijkt neer op zijn Nike, maar daar heeft hij geen oog voor: “Dat is een algemene soort.” Ik wandel verder, behoedzaam stappend: liever geen vibramzool op het laatste exemplaar van Nederland. Op verzoek van de Vlinderstichting publiceer ik dit verhaal pas in september − buiten de vliegtijd van dit kwetsbare insect. Overigens heeft de stichting het over de laatste populatie, waarbij ze in het midden laten of die één of meerdere leden telt.
Hier op de zandverstuivingen heerst het extreme. Regen en wind hebben vrij spel, de temperatuur schommelt. Toch vinden tapuit en boomleeuwerik er hun voedsel: insecten die zich thuis voelen op de kale vlakte. Een mestkever kruist mijn pad, sprinkhanen tjirpen in de verte. De lucht ruikt naar hars en warme heide.
Ook de nachtzwaluw waart hier rond. Met z’n schutkleur is hij haast onzichtbaar, maar op een zwoele zomeravond verraadt hij zich met zijn lange geratel: tjurrrrrrrrrrrrrrrr.
Van verre klinkt inderdaad een ratelend geluid: takketakketakketak. Geen vogel, maar mitrailleurvuur van militair oefenterrein De Harskamp. Surrealistisch, die mengeling van natuur en oorlogsgeluiden. Defensie oefent hier bijna elke doordeweekse dag, op een handvol ‘schietvrije’ weken na, zo laat een woordvoerder weten.
Ik trek verder, het zand maakt plaats voor paars bloeiende heide. In de verte verrijst zandplateau Dikke Bart, ooit bewoond door de Kootwijkers die hun dorp moesten ontvluchten. Tussen de heide staan jeneverbessen met hun sprookjesachtige verschijning.
Plots duikt hij op aan de horizon: Radio Kootwijk. Een iconisch art-deco-gebouw, ook wel de Kathedraal van de Veluwe genoemd. Hier werd in 1929 de eerste radiotelefoonverbinding met Nederlands-Indië gelegd. “Hallo Bandoeng, hoort u mij?” sprak koningin-moeder Emma. Destijds was het zendstation een wonder van techniek, nu staat het als een kolossaal monument midden op de stille heide.
Had je het Kootwijkerzand bijna voor jezelf, hier is het drukker. Fietsers en wandelaars zoeken het perfecte plaatje. Langs een statige bomenlaan wandel ik naar horeca met een beschaduwd terras − maar ze zijn alleen in het weekend geopend.
Een stijgend bospaadje leidt me naar een ideaal lunchbankje. Met rugdekking van het bos kijk ik uit over de Hoog Buurlosche Heide. Hier op de Turfberg stond rond 1950 een radiotelescoop waarmee ze de Melkweg onderzochten. Boterhammen smaken nooit beter dan met zo’n uitzicht.
De route slingert door bossen met wroetsporen van wilde zwijnen en brede beukenlanen. Dan verschijnt Hoog Buurlo: een gehucht als een ansichtkaart. Rietgedekte schaapskooi, oude boerderijen en een kudde Veluwse heideschapen, geleid door herder Wilfried. Een landschap uit een andere tijd.
Na het bos opent de Hoog Buurlose Heide zich weer. Het smalle paadje klimt ongemerkt tot 73 meter boven NAP. In de verte, tussen wat bomen, een eenzaam huisje. In gedachten noem ik het Het Kleine Huis op de Prairie, naar een favoriete jeugdserie. Waarschijnlijk ooit onderdeel van Radio Kootwijk.
Overal om je heen zie je hier dat de heide onder druk staat. Het pijpenstrootje rukt op, en de schaapskudde van Hoog Buurlo moet alle zeilen bijzetten om de heide open te houden. Elke mulle stap voert me dichter bij het Hoenderlose Bos, avontuurlijker en stiller dan verwacht. Staatsbosbeheer laat hier de natuur volledig haar gang gaan.
Afgestorven bomen staan als wachters langs het pad − ideale woonplaatsen voor marters, hermelijnen en eekhoorns. Grote dieren als edelherten, reeën en dassen zwerven hier ook. Ik zie ze niet, maar hoor een zwarte specht fluiten en het rauwe kroa-kroa van twee raven. Een van de mooiste etappes, zelfs Defensie krijgt hem niet kapot geschoten.
Deze wandeling heb ik gedaan op dinsdag 26 augustus 2025. De meest recente versie van routebeschrijving, kaartje en gps-track kun je gratis downloaden op Wandelnet.
Op Natuurhuisje.nl vind je unieke vakantiehuisjes midden in de natuur. In een natuurhuisje kun je je heerlijk terugtrekken van het drukke, dagelijkse bestaan. Je komt helemaal tot rust.