Tussen stille bossen, paarse heide en mysterieuze bouwwerken wacht een route vol verrassingen. Van een villa die aan het Witte Huis doet denken tot een Lourdesgrot en een Tempel van de Liefde. En wees gerust: wolf Bram blijft veilig aan zijn kant van de snelweg.
Voor vertrek checkten we de NOS-app alsof we op oorlogspad gingen: waar houdt probleemwolf Bram zich schuil? Gelukkig strekt zijn jachtterrein zich noordelijk van de A12 uit, terwijl wij vandaag keurig aan de zuidkant blijven. Opgelucht trakteren we ons meteen op versgebakken appeltaart bij het knusse ‘Bij Frouke op de koffie’ (wil je dat ook: start vanaf bushalte Doorn Centrum).
De Kaapse Bossen zijn op deze zondag stil en uitnodigend. Rond 1750 kocht de heer Swellengrebel dit bos, terug uit Zuid-Afrika met de geur van zee en avontuur nog in zijn kleren. De bossen deden hem denken aan het bos achter de Tafelberg, en de naam was geboren.
Onze route laat een hoogtepunt links liggen: uitzichttoren De Kaap, een 25 meter houten bouwwerk op een heuvel van 40 meter. Het uitzicht? De Utrechtse Heuvelrug in volle glorie, een must voor iedereen zonder hoogtevrees. Hieronder een foto van een andere wandeling. Je kunt er natuurlijk zelf even heenlopen.
Fraaie lanen, slingerpaadjes en een fotogenieke holle kastanjeboom verzachten het gemis. Dan doemt in het bos een poort van gevlochten takken op, alsof je een andere wereld binnenstapt. Een stel kletsende wandelaars breekt de betovering. “…gelukkig aan de goede kant van de A12…” vangen we op, en we weten direct waar ze het over hebben.
De bossen wijken voor een langgerekt heideveld onder een grijze lucht. Het paars van de heide contrasteert prachtig met het sombere weer. Aan de kop ligt Chalet Helenaheuvel, genoemd naar de oudste Swellengrebel-dochter. Het terras lonkt, maar met appeltaart nog vers in geheugen en maag stappen we verder.
Een kilometer verder prijkt Huis te Maarn. Elke keer opnieuw verrast de wit gepleisterde villa met haar bijzondere architectuur, die doet denken aan het Witte Huis in Washington. Monumentale Libanon-ceders torenen boven het landhuis, statiger dan menig president.
In de bossen van landgoed Hoog Moersbergen slingeren paadjes langs acacia’s en taxussen. De baronnen d’Ablaing van Giessenburg plantten lariksen en weymouthdennen. Groene specht, ransuil en raaf voelen zich hier thuis; wij horen alleen een alledaagse vink.
Aan de rand van de Maarnse Berg ploffen we neer op een bankje. Voor ons daalt het pad charmant slingerend over een bloemenveld onder dreigende luchten. Even genieten we, tot de wolken een salvo motregen loslaten. Maar onder de paraplu smaken onze broodjes extra goed. Het zachte getik van de regen klinkt als achtergrondmuziek.
Het pad leidt ons het Mollebos in, onderdeel van landgoed Den Treek Henschoten. Via het ecoduct hier kunnen dassen en reeën veilig de A12 oversteken, met wat geluk zelfs ooit edelherten. We vragen ons af: als zij de weg vinden, waarom Bram dan niet?
Ongemerkt wandelen we in het Driebergse Bos − de bossen hebben hier meer namen dan sterren aan de hemel. Langs het pad slingeren sprengenbeken, ooit gegraven om de vijvers van de buitenplaatsen te voeden. Door de droogte staan ze nu grotendeels droog, en de vijvers ogen verlaten en stil, alsof ze snakken naar vers water. Hopelijk verandert dat dit najaar, schrijven de routemakers.
Tussen Driebergen en de A12 klinkt soms het zachte gebrom van auto’s, maar het stoort nauwelijks. Onderweg duiken we onder de Zwitserse Brug door, een sierlijk bouwwerk uit 1800. Ooit onderdeel van landgoed Sparrendaal, maar zonder echte functie: een folly, puur voor de sier. De naam verwijst naar de mode van toen: kuuroorden en frisse berglucht in Zwitserland.
Iets verder ontdekken we de Heidetuin, verstopt tussen oude beuken en eiken. Een paars pareltje, ontstaan in 1953 toen een storm een gat in het bos sloeg. Hier plantte men 600 soorten heide, rododendrons, azalea’s en jeneverbessen. In 1972 leverde dat Driebergen de titel ‘Heidehoofdstad van Nederland’ op. Het hele jaar door dwaal je hier heerlijk over slingerpaadjes, maar de mooiste maand is augustus: de tuin verandert dan in een bloemenparadijs.
Je slaat wat bosbochtjes om en staat oog in oog met… Maria. Althans een beeldje van haar in een grot. Deze ‘Lourdesgrot’ is in 1900 gebouwd op het terrein van het Grootseminarie Rijsenburg, waar ze destijds katholieke priesters opleidden. Na sluiting van het seminarie raakte de grot in verval; vrijwilligers zorgden voor restauratie en plaatsten een nieuw Mariabeeld.
Na het donkere bos en de zwaarte van het geloof voelt het opeens licht en fleurig in de tuinen van de Kraaybeekerhof verderop. De geuren van verse munt en natte aarde maken het een genot om rond te struinen of even te rusten op een van de mooi gelegen bankjes. In de zelfoogsttuin kun je biologisch geteelde groenten en fruit oogsten. Of een mooie ruiker plukken voor je geliefde.
Over de liefde gesproken: vlak voor het einde kom je langs de Temple d'Amour, een charmant koepelgebouwtje tussen hoge beuken. Toen de eigenaren van landgoed Beerschot-Willinkshof hun enige erfgenaam verloren, schonken zij hun domein aan de gemeente. Uit dat verlies ontstond een monument voor schoonheid en romantiek, geïnspireerd op het beroemde exemplaar in Versailles. Verliefd op deze route stappen we zo de trein in.
We steken de drukke N225 over naar het station en onze blik valt op een groot matrixbord langs de weg dat automobilisten waarschuwt delen van de Utrechtse Heuvelrug te mijden vanwege de wolf. Meer informatie vind je hier: provincie-utrecht.nl/wolf.
Deze wandeling hebben we gedaan op zondag 17 augustus 2025. De meest recente versie van routebeschrijving, kaartje en gps-track kun je (met een abonnement of tegen betaling) downloaden op Wandelzoekpagina.nl.
Op Heerlijkehuisjes.nl vind je unieke vakantiehuisjes midden in de natuur en op fraai gelegen parken. In zo’n heerlijk huisje kun je je terugtrekken van het drukke, dagelijkse bestaan. Je komt helemaal tot rust.