Kort maar leuk rondje over landgoed Beeckestijn in Zuid-Kennemerland. Vanaf station Driehuis wandel je al snel over het landgoed dat opvalt met z’n mix van tuinstijlen, z’n vele voorjaarsbloeiers en z’n fraaie landhuis. Het koetshuis lokt je met een aangenaam terras en lekkere taartjes. In de duinrand vind je de schilderachtige begraafplaats Westerveld.
Bij station Driehuis was je in vroeger tijden tegen Huis te Velsen aangelopen, een mooi kasteeltje. Maar de Hoekse en Kabeljauwse twisten hebben het lang geleden de das omgedaan. Een herbouw van het huis moest in de Tweede Wereldoorlog het veld ruimen: de Duitsers hebben het gesloopt om de schootsvelden rond hun Festung IJmuiden te vergroten.
De officiële wandelroute loopt vanaf het station tegen de klok in richting het landhuis. Wij lopen met de klok mee en volgen net wat andere paadjes. En zo komen we al snel bij de sfeervolle begraafplaats Westerveld, aangelegd in opdracht van gefortuneerde Amsterdammers. De begraafplaats ligt tegen de duinen en is daardoor nogal heuvelachtig. De stijgende en dalende paden leiden langs graven waarop kronkelende eiken hun donkere schaduwen laten vallen.
Behalve imposante mausolea voor welgestelde families treffen we hier ook volop voorjaarsbloemen: krokussen, narcissen en de laatste sneeuwklokjes. We lezen dat liefde sterker is dan de dood en zien zelfs een hert tussen de grafstenen. Hogerop vinden we rustige zitjes die uitzicht bieden over de duinen langs de rand van Westerveld. Een idyllische begraafplaats waar het kwinkeleren van de vele vogels je herinnert aan het ontluikende voorjaar.
De route loopt door het dorpje Driehuis naar landgoed Beeckestijn. Langs een kaarsrechte beukenlaan doet het felgeel van de vele narcissen bijna pijn aan de ogen. De laan leidt ons naar reusachtige grijze bunkers met daken van drie meter beton. Ze hoorden bij het hoofdkwartier van de Festung IJmuiden, een complex van verdedigingswerken van de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog.
Beeckestijn is een landgoed dat al sinds de vijftiende eeuw op de beboste overgang ligt van het oude duingebied naar het Wijkermeer. Vanaf de Gouden Eeuw lieten rijke Amsterdammers hier landhuizen bouwen. Met hun zeiljachten voeren ze over het IJ en het Wijkermeer, de stinkende stad verruilend voor de rust en grandeur van Beeckestijn.
Op Beeckestijn geniet je van tuinstijlen uit verschillende tijden. Rond 1770 werd hier in opdracht van de Amsterdamse regent Jacob Boreel een romantisch park in de Engelse landschapsstijl aangelegd, met open weides, een vijver met niervormige eilandjes en de Alenbeek. Naar dat kronkelende beekje is het landgoed genoemd: Beeckestijn betekent ‘stenen huis aan de beek’.
Kronkelpaadjes door het struweel leiden naar een park in de tegengestelde Franse stijl: rechte lanen, geometrische vormen. Een sterrenbos met acht lange lanen gaat over in een brede laan met vierdubbele rijen eiken.
Midden in het sterrenbos kom je bij een grote vijver met geschulpte rand, kenmerkend voor de classicistische tuinstijl die z’n inspiratie ontleent aan tuinen uit Frankrijk en Italië. Een van de bomenlanen biedt fraai zicht op de achterkant van het landhuis uit de 18de eeuw. Hier zien we dat vandaag (begin maart) de stinzenplanten nog niet hun bloeiende hoogtepunt hebben bereikt.
Op dat landhuis koers je niet direct af. Je slingert door een bos en komt bij iets bijzonders: een cirkelvormige bloementuin. Ronde bloementuinen waren vroeger gebruikelijk, maar de bloemenwaaier van Beeckestijn is met zijn gedraaide bloembedden zeldzaam. Hier pronkte eigenaar Jacob Boreel graag met z’n uitgebreide plantencollectie. De bloemen in de waaier bloeien van binnen naar buiten: voorjaarsbloeiers in het midden, in de buitenste randen herfstbloemen. Vandaag is er van bloei helaas nog geen sprake.
We wandelen langs een slangenmuur: een slingerende muur waar fruitbomen in de luwte staan waardoor de vruchten goed kunnen rijpen. De muur slingert naar het landhuis dat al in de 15de eeuw is gebouwd. De welgestelde Amsterdammer Jacob Boreel breidde het later uit en gebruikte het vooral als een zomerhuisje. Naar de standaarden van vroeger was het aan de kleine kant voor families van stand. Tegenwoordig is het een ‘Museumhuis’ waar je kunt beleven hoe het was om rond 1717 in het huis te wonen.
In een van de twee koetshuizen vind je een leuk café-restaurant met terras. Binnen genieten we onder de oude paardentroggen van thee met een lekker taartje. Even later leidt een bomenlaan ons naar een barokke siertuin met een romantisch berceau waar je doorheen kunt lopen.
Rustige slingerpaadjes brengen ons weer richting het station. Vlak voor we het landgoed verlaten, houden ze ons nog even voor het lapje. We denken een kapelwoning te zien, maar het is een follie uit 1769, een nutteloos gebouwtje dat bedoeld was als architectonisch grapje om bezoekers te verrassen. Nu heeft het overigens wel een functie: het is een B&B. Door Driehuis wandelen we weer naar het station.
Deze wandeling hebben we gedaan op zaterdag 2 maart 2024. Je kunt de routebeschrijving van deze wandeling als pdf downloaden op de website van Landschapnoordholland.nl. Wij liepen een iets ander rondje, dat je kunt volgen met mijn gps-track (zie hiervoor het kadertje bovenaan).
Op Natuurhuisje.nl vind je unieke vakantiehuisjes midden in de natuur. In een natuurhuisje kun je je heerlijk terugtrekken van het drukke, dagelijkse bestaan. Je komt helemaal tot rust.