Verdwenen wandelroutes, ze lonken als de verloren stad Atlantis. NS-wandeling Geversduin overkwam het: gedegradeerd, geschrapt, vergeten. Onterecht. Deze duintocht bij Castricum is verrassend mooi, goed te lopen en verdient een comeback. Ik loop hem terug het leven in.
Deze NS-wandeling start en eindigt bij station Castricum: een fijne rondwandeling voor treinreizigers. Via een bochtig klinkerweggetje, omzoomd door oude beuken, wandel je de duinen tegemoet. Al snel verschijnt Hof van Kijk-Uit, een voormalig jachtopzienershuis uit de late 19e eeuw, gebouwd in charmante chaletstijl.
Het rood-wit van de NS-route naar Egmond koerst hier naar het noorden; deze Atlantis-route kiest het zuiden: een kaarsrechte eikenlaan die dankzij de lage zon sterallures heeft. In het groen verschuilt zich de Kunstbunker. Achter de tralies: een dikke stalen deur, een viezig emmertje, een tuinslang, een bezemsteel. Niets verraadt dat hier in oorlogstijd Rembrandts Nachtwacht verborgen lag.
Het is een zachte decemberdag. Helder licht, geen zuchtje wind, de jas blijft in de tas. In de duinen is het stil, op één lawaaipapegaai na: een vader die achter een boom vogelgeluiden fluit voor zijn peuter. Die is meer geïnteresseerd in mij − een handje gaat omhoog, een armpje zwaait, kinderogen staren me na. Vader fluit stug door terwijl ik een kronkelpadje inschiet door stillere bossen.
De eikenbossen hier zijn kenmerkend voor de binnenduinen bij Castricum. Ze werden zo’n 150 jaar geleden aangeplant voor hakhout. Bakkers stookten er hun ovens mee, uit de bast wonnen leerlooiers looizuur. Omdat de stammen steeds opnieuw werden omgehakt, liepen ze zijdelings uit. Zo ontstonden die wonderlijk gevormde bomen langs het pad. In het voorjaar zingen hier nachtegalen. Vandaag alleen dus die vader.
Een tunnel van bomen mondt uit in open duinen, waar grote grazers het landschap beheren. Tegen de duinrand liggen voormalige duinboerderijen. Ooit probeerde men hier de ‘woeste gronden’ te ontginnen voor de akkerbouw. Zonder succes: te nat, te droog, en konijnen en fazanten aten de oogst op. Kortom, geen brood te verdienen.
De geur van koffie trekt me naar een van die boerderijen: Gasterij De Kruidberg, anno 1874. In de zomer eet je hier pannenkoeken op het ruime terras, terwijl kleine kippetjes tussen de tafels scharrelen. Nu in december scharrelen ze nog steeds, binnen brandt een groot haardvuur, opgezette dieren kijken toe. Koffie en een flapjack (aanrader) versterken de innerlijke mens. Ze zijn alle dagen open, ook tijdens feestdagen. Buiten in de heg zit… een heggenmus.
De gasterij is nog steeds als boerderij in bedrijf, nu voor de begrazing van het duingebied met Schotse runderen, Texelse schapen, geiten en Exmoorpony’s. Al snel daarna doemt een hoog kamduin op. Aan de windstille kant valt het steil naar beneden. Een lange trap brengt je naar 28 meter boven zeeniveau. Nog 13 meter hoger kom je op de Kruisbergtoren.
De klim gaat via een wenteltrap die eindeloos omhoog lijkt te draaien. Boven wacht een weids uitzicht over duinen. Over de boomkruinen kijk je naar zee en naar de rokende schoorstenen van Tata Steel. Op deze heldere dag verschijnt zelfs de Amsterdamse Rembrandttoren aan de horizon.
Daal je te snel weer af − zoals ik − dan sta je beneden nog op je benen te tollen. Met een stilstaand hoofd wandel ik verder, over een paadje langs de duinkam, zigzaggend door bos en duinvalleien. Dan open duinen, langs een zweefvliegveld. Waar ’s zomers vliegtuigjes worden gelanceerd, graast nu de schaapskudde van Gasterij De Kruisberg.
Van klinkers stap je over op een fraai graspad met een heerlijke naam: Paadje van Dorus. Het plezier is van korte duur, want een lang klinkerfietspad neemt het over. Saai, maar halverwege lonkt een uitzichtpunt. Voor je liggen duinen die er wat gehavend uitzien. Hier graven beheerders kerven richting zee, zodat kalkrijk zand kan binnenwaaien: goed voor sterkere duinen én zeldzame planten en dieren.
Het fietspad voert langs de infiltratievelden waar ons drinkwater wordt gefilterd, een gebied met glasheldere meren. Bij één ervan − het Hoefijzermeer, het doet zijn naam eer aan − lunch ik op een bankje. Op het water slaapdrijven kuifeenden, nonnetjes en tafeleenden, terwijl aalscholvers druk af en aan vliegen.
Wat hier zo helder schittert, is óók onze waterkraan. IJsselmeerwater wordt via leidingen de duinen in gepompt, waar zand en tijd het filterwerk doen. Na drie weken is het schoon genoeg voor de waterfabriek. Jaarlijks leveren deze duinen zo 45 miljard liter drinkwater voor ruim 300.000 huishoudens.
Even verderop wil de oorspronkelijke NS-wandeling afslaan tussen twee meren. Maar aiii: een hoog hek snijdt de route bruut af. Vermoedelijk de reden dat Wandelnet hem uit de collectie schrapte. Voor mij begint nu een ander deel van de tocht: improviseren. Ik loop een stukje terug en vind al snel een smal paadje langs het water. Het blijkt niet alleen een prima alternatief, maar leidt ook nog langs een vogelhut: het Boetje van onze Kees.
Achter de planken deur klinkt gelach. Ik stap de hut binnen. Een oudere man met een verrekijker en een jongen met een vogeltelescoop zijn druk in gesprek.
“…en toen zag ik dus van heel dichtbij een ijsduiker,” hoor ik de man zeggen. “Aha, sterke verhalen,” grap ik.
Maar er schijnt inderdaad een ijsduiker bij de pier van IJmuiden te zitten. Mijn hutgenoten hebben nog niets spectaculairs gezien; ze verkleumen hier al uren. Op het water dobberen dodaarsjes, op een eilandje wapperen aalscholvers hun vleugels droog, terwijl reigers ruziën.
Een graspad trekt weidse slingers door lage duinen. Ganzen vliegen gakkend hoog over, de zon zakt richting horizon en maakt van mijn schaduw een karikaturale reus. De route duikt het bos weer in, pakt even asfalt, en kiest dan opnieuw voor gras. Een paar kilometer voor het eind passeer je Johanna’s Hoeve, een bekend pannenkoekenrestaurant.
Hier buigt de route opnieuw naar het zuiden, langs vogelkijkhut De Winterkoning. Ik kijk uit over een stil meertje. Daarna volgen kale bloembollenvelden en ruige weilanden, tot de spoorlijn weer opduikt. Deze route stemt vrolijk, in elk jaargetijde. Dat hij uit de collectie is verdwenen, is onbegrijpelijk − hij hoort thuis in het rijk der levende routes.
Deze wandeling heb ik gedaan op zaterdag 13 december 2025. Omdat deze route officieel niet meer bestaat, kan ik niet linken naar Wandelnet voor de routebeschrijving. En de enige gps-track op het www is die van mij.
Op Natuurhuisje.nl vind je unieke vakantiehuisjes midden in de natuur. In een natuurhuisje kun je je heerlijk terugtrekken van het drukke, dagelijkse bestaan. Je komt helemaal tot rust.