Ver weg in Nederland, in Noordoost Groningen, maakten we deze leuke wandeling vanuit Uithuizen. Minder desolaat is het hier dan we dachten. Natuurlijk keken we uit over eindeloze akkers. Maar we liepen ook over paadjes verscholen tussen groen, langs slootkanten met wuivend riet, door het heerlijke dorpje Zandeweer met z’n al even heerlijke kerkje. En we kwamen door Doodstil, het dorp met de mooiste naam van Nederland.
Je wandelt hier door een gebied dat van oudsher bekend staat als de graanschuur van Nederland. En dat is nog steeds te merken aan de vele akkers waar je langsloopt. Ze oogden heel zanderig en we maakten ons zorgen of daar wel wat op groeit. Misschien lacht elke boer ons stedelingen nu hartelijk uit...
Onderweg kom je geen horeca tegen, dus we ploften in Uithuizen neer bij warme bakker De Boer, tevens ‘konditorei’, voor koffie met een gebakje. Aan te bevelen, het is er ouderwets gezellig. Maar toen moesten we toch echt op pad door het doodstille land. We zagen er een beetje tegenop.
Maar het werd al snel landelijk en leuk. Kilometers lang wandel je over graspaadjes langs de Eppenhuister- en Meedstermaar, oude kreken die typerend zijn voor het landschap van Noord-Groningen. Ze vertellen over het verleden, toen de zee hier nog domineerde en het land bestond uit klei en kwelderkreken.
Een paar eeuwen terug was het beheersen van het water een hot item. Vlakbij – in Uithuizermeeden – vielen bij de Sint-Maartensvloed van 1686 en de Kerstvloed van 1717 respectievelijk 313 en 208 slachtoffers.
Nu wandel je door een landschap dat idyllischer oogt dan we dachten, met prachtige herenboerderijen, want het was goed boeren in vroeger eeuwen. Het Hogeland heet het hier officieel. De naam verwijst naar de relatief hoge ligging van de grond, veroorzaakt door de aanslibbing van de zee.
Het Hogeland staat bekend om zijn scherpe tweedeling tussen herenboeren en keuterboeren. In de negentiende en twintigste eeuw leidde deze sociaal-economische tegenstelling vaak tot felle stakingen. Het Hogeland werd veel bezongen in de liedjes van Ede Staal, de Jacques Brel van Groningen. Bijvoorbeeld in het liedje 't Hogelaand:
‘t Is de lucht achter Oethoezen / 't Is t torentje van Spiek / 't Is de weg van Lains noar Klooster / En deur Westpolder langs de diek
Afijn, we spitsten onze oren want we naderden Doodstil. En – heel flauw – zeiden we dat we toch heel veel kabaal hoorden: een driftig winterkoninkje, een boer op een tractor, geblaf in de verte. Doodstil, zagen we op een bord, is de mooiste plaatsnaam van Nederland. Niet slecht gedaan voor een dorpje van 102 inwoners.
Overigens liet Doodstil bij de verkiezing tot mooiste naam het Zeeuws-Vlaamse Waterlandkerkje, het Overijsselse Muggenbeet en de Brabantse hoofdstad 's-Hertogenbosch achter zich.
Met dood en stil heeft het dorpje niks te maken. Dood komt van de jongensnaam Doode of Doede, die nog steeds in gebruik is als voornaam in Friesland en Groningen. En til is Gronings voor brug. De naam 'Doodstil' betekent dus: de brug van Doode.
Volgens de overlevering kreeg de brug om een heel andere reden deze naam. Ooit was er hier geen brug, maar een pontje. Op een dag moest een lijkkist worden overgezet. Midden op het Boterdiep maakte het bootje een onverwachte beweging, zodat de kist in het water verdween. Om dat te voorkomen, is er toen ‘een brug voor de doden’ aangelegd. Veel leuker natuurlijk.
Je maakt flink omtrekkende bewegingen rond het mooie dorpje Zandeweer. Het kerkje lonkt daardoor voortdurend naar je, maar je moet even geduld hebben. Het dorpje telt maar 450 zielen die het moeten stellen met weinig voorzieningen. Misschien dat daarom het verenigingsleven zo actief is.
Wereldberoemd in Groningen is Zandeweers folkloristische dansgroep de Grunneger Daansers. Met streekmuziek, zang, dans, klederdracht, taal en volksgebruiken zorgen ze voor de broodnodige couleur locale. Sinds haar oprichting in 1956 heeft de groep op vele binnen- en buitenlandse podia Groningen voor het voetlicht gebracht. In 2000 kregen zij in Bielsko Biala (Polen) een prijs van het International Council of Organizations of Folklore Festivals and Folk Arts (CIOFF).
En dan bereik je eindelijk dat prachtige terpkerkje van Zandeweer, dat stamt uit de dertiende eeuw. De losse zadeldaktoren is twee eeuwen jonger. Het kerkorgel is gebouwd door de Groninger orgelbouwer Albertus Antoni Hinsz. Dat was een leerling van Arp Schnitger, een Duitse orgelbouwer die zo beroemd was dat hij 'de Stradivarius onder de orgelbouwers' is genoemd.
Nog veel meer kerkjes schemeren onderweg aan de horizon. We zagen een imposant exemplaar dat met z’n blauwwitte toren parmantig oprees uit het landschap: de Mariakerk van Uithuizermeeden, gebouwd in het midden van de 13e eeuw. In de 19e eeuw zijn de muren bepleisterd en kreeg de kerk zijn neoclassicistische aanzicht. Als de zon erop valt, licht hij schitterend op te midden van de eindeloze akkers en weilanden van het Hogeland.
Deze wandeling hebben we gedaan in mei 2015. De meest recente versie van routebeschrijving, kaartje en gps-track kun je (met een abonnement of tegen betaling) downloaden op Wandelzoekpagina.nl.
Op Natuurhuisje.nl vind je unieke vakantiehuisjes midden in de natuur. In een natuurhuisje kun je je heerlijk terugtrekken van het drukke, dagelijkse bestaan. Je komt helemaal tot rust.