Op en top boswandeling door een van de oudste bossen van de Veluwe. Beukenbossen vooral, die in de herfst schitterend verkleuren in vele tinten geel, rood en bruin. De wandeling voert door het geheimzinnige Speulder- en Sprielderbos, ook wel het Bos van de Dansende Bomen genoemd. Aanrader!
Deze wandeling staat helaas niet meer met beschrijving, kaartje en gps-track op Wandelzoekpagina. Hij staat nog wel in de wandelgids 'De mooiste boswandelingen van Nederland' waaruit ik hem heb gelopen. Zie het kadertje onderaan voor meer informatie.
Vandaag zit het niet mee. De bus vanaf station Putten, die sowieso maar eens per uur gaat, komt namelijk niet. Niet na vijf minuten, niet na tien minuten, niet na een kwartier. Nee helemaal niet. Op Syntus.nl vind ik na veel zoeken een telefoonnummer. Als ik dat bel om te vragen of er nog een bus komt, krijg ik een antwoordapparaat. Of ik m’n boodschap wil inspreken plus m’n telefoonnummer. Na drie dagen word ik teruggebeld, dat dan weer wel...
Maar je komt natuurlijk niet op deze pagina om Gezeik over Syntus te lezen. Je komt omdat je op zoek bent naar de Mooiste Boswandeling rond Garderen. En ik kan je verzekeren: je hebt hem gevonden!
Want wat een schitterende tocht is het! In de routebeschrijving en in de heerlijke wandelgids ‘De Mooiste Boswandelingen van Nederland’ van Jan Ensing staat dat hij 20 kilometer telt. Mijn GPS gaf na afloop 22 kilometer aan. Een pittige tocht dus al met al.
De Syntus-bus die wel kwam, spuugt me uit in de lawaaiigste straat van Garderen. Over een mooi klinkerweggetje verdwijnt de herrie stap voor stap naar de achtergrond. En als ik de bossen rond Garderen binnenstap, is het enige geluid dat ik hoor dat van m’n hart dat klopt vol verwachting.
Want tjonge wat bof ik vandaag: op deze vrijdag laat de novemberzon uitbundige lichtstralen door de herfstkleuren van het bos schieten. In bosreservaat Pijpebrandje wandel ik. En behalve dat dit een grappige naam is, valt op dat dit reservaat vooral uit oude beukenbossen bestaat. En in zijn mooie wandelgids legt Jan Ensing haarfijn uit waardoor dat komt.
Je wandelt hier over een deel van de Veluwe waar al eeuwenlang beuken-eikenbossen regeren. Een oud ‘malebos’ is het, waarvan de houtopbrengst tussen de eigenaren van de ‘Maalschap van het Speulderbos’ werd verdeeld. Lange tijd kon het bos hier ongestoord groeien. Je krijgt hier een goed beeld van het bos dat van nature op de Veluwe thuishoort.
Je zult het niet beseffen, maar al eeuwenlang woedt hier een felle strijd tussen ‘De Beuken’ en ‘De Eiken’. In bosreservaat Pijpebrandje leek de eik lange tijd aan de winnende hand. Maar uiteindelijk groeien de beuken boven de eiken uit. En vangen met hun bladerdek alle licht weg. De eeuwenoude eiken sterven af en vormen zo een prooi voor de paddenstoelen.
En inderdaad liggen er tussen de gigantische beuken nogal wat eiken langzaam op te gaan in de gretige bodem. Gelukkig hebben beuken ook niet het eeuwige leven. Op plekken waar ze zijn omgewaaid of door de bliksem getroffen, grijpen eiken hun kans om snel naar het licht te groeien. En zo blijven er ook plekken waar juist eiken de overhand hebben.
Over brede lanen en kleine slingerpaadjes doorkruis ik het schitterende Speulder- en Sprielderbos. Hier hangt een andere sfeer dan in andere bossen die ik ken. Dat schijnt te maken te hebben met de opmerkelijke grilligheid van de bomen. Talloze bomen zijn in de meest wonderlijke bochten gegroeid.
De reden: eeuwenlang kapten ze de rechte bomen om huizen mee te bouwen. De overgebleven bomen zorgen nu voor een bijna hallucinerend effect. Dat schijnt vooral te gebeuren als ze bedekt zijn met sneeuw of half zichtbaar in de mist. Door gezichtsbedrog lijkt het dan alsof de bomen bewegen. Hierdoor heet het Speulderbos in de volksmond ‘Het Bos van de Dansende Bomen’. Kippenvel.
Halverwege breekt het bos open en kom je in het micro-dorpje Drie. Grote plus van Drie: ze hebben Het Boshuis, een café-restaurant waar het bijzonder goed toeven is. In de vijftiende eeuw was dit nog een boerderij, nu serveren ze verreweg de grootste stukken appeltaart die ik ooit voor m’n kiezen heb gekregen. Lunchen is niet meer nodig. Ook dineren niet.
Dan kom ik bij iets heel bijzonders middenin het bos: het Solse Gat. Het is een gletsjerkuil die in de laatste ijstijd is ontstaan. Zeggen ze. Maar volgens de overlevering is hier een oud klooster in de grond weggezakt. Een straf van God, omdat de monniken hun ziel aan de duivel hadden verkocht.
Verderop schiet ik een paadje in, waarvan de ingang versperd is door bomen die daar overduidelijk zijn neergelegd. Even vraag ik me af of je hier wel mag komen, maar m’n GPS-track zegt van wel. Dapper worstel ik me langs de bomen en ik loop het paadje op dat smaller en smaller wordt en hier en daar flink is overwoekerd. Hier is al heel lang geen mens langsgekomen, zoveel is duidelijk.
Het einde van de tocht nadert en dan kom ik bij nog iets heel moois: heideveld Wilde Kamp. Hier vind je ‘eikenclusters’: tientallen eikenstammen vlak bij elkaar die allemaal afstammen van dezelfde boom. Dus uit één enkel eikeltje zijn ontsproten. Indrukwekkend.
De ondergaande zon tovert schitterende kleuren uit de heide en de altijd groene vliegendennen aan de horizon. Extreem goed voor m’n humeur. De gemiste Syntus-bus lijkt een eeuwigheid geleden.
De volgende wandelroutes uit deze gids staan ook op Frankwandelt, volgens het bekende recept: een verhaaltje gelardeerd met foto’s.
Op Natuurhuisje.nl vind je unieke vakantiehuisjes midden in de natuur. In een natuurhuisje kun je je heerlijk terugtrekken van het drukke, dagelijkse bestaan. Je komt helemaal tot rust.
Lekker eropuit in eigen land. Een minivakantie wandelen of fietsen vanuit een superlekker natuurhuisje. Ik selecteerde de tien allermooiste!