De schuwe wielewaal, die goudgele fluiter, moest en zou dit keer op de foto. Dus staan buurman Gerrit en ik in alle vroegte op, gewapend met camera’s, verrekijkers en koffie. Onze queeste voert door het weelderige woud van de Stille Kern en eindigt in de Oostvaardersplassen, waar de koning van het luchtruim op ons wacht: de zeearend.
Dinsdagochtend. Doodstil is het nog als we de Tuurtoren beklimmen, diep in de Stille Kern. Volgens boswachter Frank Haven zijn wielewalen hier in juli te zien, cirkelend rond de boomtoppen met hun jongen. In ons hoofd vormt zich al een perfect plaatje. We turen in de boomtoppen, vol verwachting. De boomtoppen turen terug. En zwijgen.
We trekken verder naar de Circle of Life – geen filosofie, maar een cirkelvormig uitkijkpunt op een heuvel. We weten nog van de vorige keer: hier kun je veel vogels spotten. Maar nu laat alleen een Schotse Hooglander van zich horen − een diepe, klagende loei vanachter de bosjes.
De Stille Kern is jong, maar voelt als een oerbos. Op vruchtbare klei schieten populieren, essen en wilgen de lucht in, tussen varens, slingerplanten en moerasplassen vol leven. In het voorjaar wemelt het hier van gefluit en gefladder. Vorig jaar spotten we tuinfluiters, koekoeken, appelvinken – en dus ook de wielewaal, als een zonnestraal tussen het groen.
Juli is geen topmaand voor vogelaars. Veel soorten zijn vertrokken of houden zich stil in het dichte bladerdak. Toch hebben we hoop. We kennen een plek, diep tussen de wilgen, waar de wielewaal zich vorig jaar liet horen. Een geheime hotspot, alleen bekend bij Gerrit en mij.
Een breed pad slingert door het struweel. Af en toe schiet er klein grut de bomen in of uit – te snel, te klein, te ver weg voor onze lenzen. Maar we jagen niet. We kijken. We luisteren. We genieten van het ritme van de natuur, ondanks het verre geruis van de snelweg.
We dwalen, zonder route of doel. Laten ons leiden door het bos. Als vanzelf komen we bij de plek waar we vorig jaar het dudeljo hoorden. Een open veld, hoge wilgen, een vibrerende stilte. Ook hier zwijgt het bos. Is de wielewaal verder getrokken? Of spaart hij zijn gouden keel voor een andere zomer?
Teleurstelling dreigt, maar het chagrijn verdwijnt snel zodra we langs ondiepe plassen lopen. Een felblauwe schicht kruist ons pad. Een ijsvogel! Als een flits door het riet, kort maar krachtig. We glimlachen. Troostprijs? Misschien. Maar wat voor één.
Halverwege de moerasplas stuiten we op een spektakel: twee dodaarsen bekvechten luidkeels met een stel meerkoeten. Aan de oever poetsen lepelaars zich eindeloos – wit moet wel wit blijven. Boven het water jagen witte kwikstaarten elkaar achterna in sierlijke spiralen.
Langs het riet speuren we naar de ijsvogel. Maar op de overhangende takken zijn andere bewoners neergestreken: boerenzwaluwen en kwikstaarten nestelen zich elk op hun eigen ‘verdieping’. Dan breekt de hemel open. Regen gutst neer. Onder een boom, met paraplu en boterham, schuilen we. Een pauze met uitzicht.
Als de zon terugkeert, haalt een bonte stoet kinderen ons in. Vier meisjes op kop, dan vier jongens, gevolgd door het peloton. Twee jongens hangen aan het elastiek. Jaar of tien, boerenkiel om de nek. Ze vragen de weg naar de Tuurtoren. Padvinders, zo blijkt. Hun plattegrondjes lijken wel schatkaarten.
We zijgen neer op boomstammen. De koffie uit de thermos smaakt goed. Vlakbij lunchen de Schotse Hooglanders. Hun ritmische gekauw klinkt als een rustgevende soundtrack. Stieren zijn het – hun ballen wiegen als klepels in een klok.
Bij een poel vol kroos springen bij elke stap drie, vier kikkers het water in – hop. We naderen een groene kikker op een tak, ministapje voor ministapje. Hij blijft zitten. Kroos als confetti over zijn lijfje. Midden in de poel liggen zes kikkers op een stronkje – een levende compositie. Kunst van kroos.
De wielewaal hebben we gemist, maar bij de Oostvaardersplassen hopen we op revanche: de zeearend. In vogelhut De Grauwe Gans wachten zes doorgewinterde vogelaars. “Als je hem hier niet ziet, wíl je hem niet zien,” grijnst een man van middelbare leeftijd met stekeltjeshaar. Volgens hem huizen hier wel veertig exemplaren.
“Daar, boven die hoge wilg,” fluistert een jongen achter een statief opgewonden. Twee majestueuze roofvogels zweven over de bomen – breder dan buizerds, krachtiger dan wouwen: zeearenden. Even later zien we er nóg vijf, als schaduwen in het verre groen. Met moeite vangen we er één in onze lenzen. Missie geslaagd.
Maar er wacht ons nog meer moois. Door het lage water wemelt het van de steltlopers. In de verte ligt een witte waas van kluten. Dichterbij foerageren kemphanen, hun kleurrijke baltskleed al verdwenen. Opeens vliegen ze op. “Slechtvalk cirkelt boven ze,” lacht de stekeltjesman.
Aan de rand van het riet staat een hert te grazen, sereen en onverstoord. Iets lager schrijdt een elegant vogeltje door het ondiepe water, z’n knieën knikken naar achteren. Gerrit probeert: “Zwarte ruiter?” “Bosruiter,” corrigeert de stekel.
Ook ín de hut is het een levendige bedoening. Boerenzwaluwen zoeven in en uit, voeren hun jongen, scheren rakelings langs onze oren. Twee zitten als oude mannetjes op een balk boven de deur. Lijkt het maar zo of lachen ze ons vogelaars uit?
We trekken verder. Door een zee van riet lopen we langs hutten en uitkijkpunten. In bloemrijke velden graast een kudde konikpaarden. Sommige dragen een spierwitte koereiger op de rug − als een levend kroontje. Hier kun je eindeloos kijken.
De wielewaal blijft vandaag onzichtbaar, zoals het een mythische vogel betaamt. Maar we zagen een ijsvogel, zes zeearenden, een bosruiter en kikkerkunst. Rijke oogst, voor een dag zonder plan.
Deze wandeling hebben we gedaan op dinsdag 24 juli 2025. Er is geen routebeschrijving beschikbaar, wel een gps-track. Of bekijk onze wandeling van mei 2024 door de Stille Kern.
Op Heerlijkehuisjes.nl vind je unieke vakantiehuisjes midden in de natuur en op fraai gelegen parken. In zo’n heerlijk huisje kun je je terugtrekken van het drukke, dagelijkse bestaan. Je komt helemaal tot rust.