Westweg: de klassieker van het Zwarte Woud

Het oudste en tevens bekendste langeafstandspad van Duitsland is de Westweg in het Zwarte Woud. Van Pforzheim tot Basel in Zwitserland telt het pad zo’n 270 kilometer. Het noordelijk deel staat te boek als een beetje saai, want: heel erg veel bos. Ik liep het ‘wonderschone’ en gevarieerdere zuidelijk deel, vanaf Schonach. Oerbos, bergen, groene weiden, een groot meer, de Alpen in zicht: wat wil een wandelaar nog meer?
Gastvrije Duitsers
Op een paar verregende dagen in de sombere Eifel na, was ik nog nooit in Duitsland wezen wandelen. Ik had er ook eerlijk gezegd niet veel fiducie in: niet in de Duitsers en niet in het land. Maar beide zijn me uitstekend bevallen. De Duitsers die ik tegenkwam, waren stuk voor stuk aardig, gastvrij, behulpzaam. Het landschap was zonder meer prachtig, en had ademde iets van de frisheid en rust van Zwitserland waar het natuurlijk ook tegenaan schurkt. En ook het weer werkte al mee.
Zuidelijke Schwarzwald
Het berglandschap van het zuidelijke Schwarzwald heeft een open karakter, met een aangenaam mozaïek van wouden, hooiladen en weiden. Je loopt grotendeels over de bergkammen van dit middengebergte (toppen tot 1500 meter), waardoor er aan uitzicht geen gebrek is.
Bekijk een kaartje van deze wandeling.
Het laatste stuk is ongetwijfeld het mooist, en dat hangt direct samen met drie ‘toppertjes’: de Feldberg (1493 m), de Belchen (1414 m, het Duitse woord voor het Franse Ballon) en de Blauen (1165 m). Alledrie wel even flink aanpoten, maar het uitzicht maakt veel goed. Vooral de Belchen is mooi, met een rijke flora.
Een onverwachte aanrader vond ik de omgeving van de Titisee, een ‘heilklimatischer Kurort’, zoals ze dat in het Duits zo mooi kunnen zeggen. Die Titisee zelf is een aangenaam meer, met prachtige paden langs de oevers. Wel veel toeristen, maar daardoor ook lekker veel voorzieningen, en dat is ook wel weer prettig na het stille gebied daarvoor. Klim je vanaf de Titisee verder over de Westweg naar het zuiden, dan word je getrakteerd op steeds mooiere doorkijkjes op het meer en de omgeving.
Het startpunt, Schonach, is een prettig plaatsje, maar ook niet meer dan dat. Datzelfde geldt voor het dorp Titisee aan het gelijknamige meer. Voor de rest werd ik er niet warm of koud van. Wat wel heel fijn is, is dat je zeer regelmatig langs zogeheten Gaststätte komt, waar je lekker uitgebreid aan de koffie met taart kunt, of een maaltijd kunt nuttigen. Eén plek wil ik niet onvermeld laten: Gasthaus Belchenstueble, aan de voet van een van de hoogste toppen, de Belchen, waar ik een nachtje heerlijk heb geslapen tijdens een wolkbreuk. Stromende regen terwijl je níet in je tentje hoeft te liggen: soms is het leven zo mooi.
1. Ik parkeerde m’n auto in Schonach, en kon heel makkelijk weer vanaf Basel terugreizen. Altijd weer spannend om terug te keren: staat de auto er nog op het openbare parkeerterrein waar ik hem had neergezet?





























